Hans BlomBoeken · Mensen · Inzicht
Prettig lezen

Artikel

De evolutionaire jetlag

Waarom we een wereld hebben gebouwd die we zelf niet meer kunnen bijbenen

‘Is het diep?’

Vroeg de Ezel

‘Nee’

Antwoordde de Uil

‘Daar was ik al bang voor’

Zei de Ezel

De Vraag — aquarel

Wij zijn de enige soort die een wereld heeft gecreëerd die we zelf niet meer kunnen bijbenen. Dat klinkt overdreven, maar je ziet er elke dag de gevolgen van: bij jezelf, en vaak onbewust bij de mensen om je heen. De tijd om daarbij stil te staan nemen we niet, en dus razen we door zonder er erg in te hebben welke gevolgen dit op korte en lange termijn heeft.

In de psychologie noemen ze dit fenomeen de evolutionaire mismatch. Zelf noem ik het liever de evolutionaire jetlag. Je bent met je oude reflexen nog afgesteld op de plek waar je vandaan komt, terwijl je allang ergens anders bent aangekomen. Laten we eens kijken waar dat vandaan komt.

Het alarm dat nog steeds werkt

Hoe ver we precies teruggaan, doet er niet zoveel toe; laten we zeggen een paar duizend jaar. Het brein dat we vandaag nog hebben, is in die tijd gevormd. We leefden in kleine groepen, in een wereld die zo traag veranderde dat je er in een mensenleven niets van merkte. Drie vragen beheersten ons bestaan: ben ik veilig, is er genoeg, en hoor ik erbij? De mechanismen die daarvoor in ons ontstonden, werken vandaag nog precies hetzelfde.

We letten nog altijd scherp op onze plaats in de groep, omdat buiten de groep vallen ooit het einde betekende. We reageren harder op verlies dan op winst, omdat een gemiste kans je vroeger nog een dag gaf en een misrekening niet. Die mechanismen zijn niet kapot. Ze zijn alleen komen te staan in een wereld die er in twee, drie generaties volstrekt anders uitziet.

Ik heb mensen een kans zien afslaan waar ze klaar voor waren — een promotie, een aanbod, iets wat ze diep vanbinnen wilden. Wat er op zo’n moment afging, leek nog het meest op een alarm. Een alarm dat ooit ergens voor diende, toen buiten de groep vallen levensgevaarlijk was. Nu valt er niets levensgevaarlijks te vrezen, hooguit iets ongemakkelijks, maar het alarm kent dat verschil niet. Het gaat gewoon af. Dát is de jetlag. Er is niets stuk; je bent alleen niet meegereisd naar de plek waar je inmiddels bent. Een echte jetlag trekt bij, omdat je even stilstaat. Maar wij staan niet stil. We verzetten de bestemming sneller dan we er kunnen komen, en elk jaar een beetje sneller.

Wie het eenmaal ziet, ziet het overal. Het duidelijkst bij onze kinderen. Een kind bouwt zichzelf op door zich te meten aan de wereld om zich heen; zo hoort het te werken. Alleen deden wij dat tegen de maat van onze straat, onze klas, ons dorp. Een kind van nu meet zich aan een oneindige, bijgewerkte wereld die altijd wint. Het weet heus wel dat die beelden bewerkt zijn, maar het deel in hem dat meet, weet dat niet. Dat telt gewoon, duizend keer per dag.

De vraag die ik niet kon ontlopen

Nergens zag ik die jetlag scherper dan rond een vraag die me jaren geleden werd gesteld. Tijdens een lunch vroeg een regiodirecteur, een scherpe en capabele vrouw, me ergens tussen het hoofdgerecht en de koffie: ‘Waarom zitten er eigenlijk zo weinig competente vrouwen in de top van het bedrijfsleven?’ Ik antwoordde met een wedervraag: ‘Waarom zitten er zoveel incompetente mannen in de top?’ Ze moest lachen, en het werd een van de boeiendste gesprekken die ik in tijden voerde.

Die vraag liet me niet los. Mijn team deed op enig moment een intern onderzoek naar zo’n driehonderd profielen van vrouwen die in de loop der jaren bij ons waren geweest. Één factor stak eruit: belemmerende prestatiespanning. Laat ik het onderscheid helder maken. Constructieve prestatiespanning is de nervositeit vóór een lastig gesprek of een presentatie; die werkt juist motiverend. Belemmerende prestatiespanning doet het tegenovergestelde: ze verlamt. Ze brengt je ertoe een uitdaging te vermijden of een promotie te weigeren, niet omdat je de capaciteiten mist, maar omdat de gedachte aan mislukking ondraaglijker is dan die aan stilstand. Ruim acht op de tien vrouwen in ons onderzoek scoorden er hoog op.

Ik wil precies zijn over wat dat getal zegt, en wat niet. Het ging om vrouwen die om een bepaalde reden bij ons binnenkwamen — geen doorsnede — en een vergelijkbare groep mannen onderzochten we niet op dezelfde manier. Het bewijst dus niets over vrouwen in het algemeen. Het was een signaal dat ik niet naast me neer kon leggen. Want vroeg ik een vrouw of ze de ambitie had een topfunctie te bekleden, dan was het antwoord bijna altijd een variant van ‘dat kan ik niet’. Stelde ik dezelfde vraag aan een man, dan was het bijna altijd een ferme ja — ook als ik wist dat hij er objectief niet geschikt voor was.

Hier begeef ik me op glad ijs, dus laat ik het zorgvuldig zeggen. Het is verleidelijk om hier een vrouwenprobleem van te maken. Dat is het niet. De jetlag geldt voor mannen én vrouwen. Onder druk valt ieder terug op wat ooit werkte: de man op zijn oude, dominante rol, de vrouw op de verzorgende. En juist die eerste terugval veroorzaakt de ongelijkheid. Ik heb mannen aan de top zien zitten die er niet thuishoorden, niet omdat ze het meest capabel waren, maar omdat ze het meest zichtbaar waren, ruimte innamen en een zelfvertrouwen uitstraalden dat hun resultaten niet droegen, gesteund door een old boys network. De managementliteratuur noemt dat het Peter Principle: mensen worden gepromoveerd tot op een niveau waarop ze niet langer competent zijn, en daar blijven ze.

Pas wanneer we die ongelijkheid willen rechtzetten, stuiten we op de andere kant ervan: de belemmerende prestatiespanning bij de vrouw, met alle spanning die daarbij hoort. Het is dus niet de vrouw die tekortschiet. Het is een gedragspatroon aan beide kanten — waarvan de ene kant de ongelijkheid veroorzaakt en de andere haar hardnekkig maakt.

Waar die prestatiespanning vandaan komt, is de moeilijkste vraag. In de literatuur vond ik vier verklaringen die steeds terugkwamen: de manier waarop we succes en mislukking toeschrijven aan onszelf of aan de omstandigheden, wat meisjes en jongens van jongs af aan beloond zien, het hardnekkige gevoel een bedrieger te zijn, en — het meest omstreden — de evolutionaire psychologie. Geen van vieren is op zichzelf afdoende, en over elk ervan wordt gediscussieerd. Samen bieden ze een plausibel kader voor wat ik veertig jaar lang in mijn fauteuil zag.

Een verklaring, geen vrijbrief

Een verklaring als deze is gevaarlijk gereedschap, want ze wordt binnen een dag een excuus. ‘Zo ben ik nu eenmaal.’ Daar heb ik mijn hele loopbaan tegen gevochten, want het is bijna nooit waar. Bijna altijd is het: zo ben ik geworden. De jetlag verklaart waarom het alarm afgaat. Hij verklaart niet wat je doet nadat het is afgegaan. Het eerste heb je niet gekozen. Het tweede wel — misschien pas als je het doorhebt, maar wel.

En een verklaring is, dat is de kern van alles wat ik schrijf, de eerste stap naar verandering.

Tekst van Hans Blom · Conceptartikel

Terug naar alle beschouwingen