Ieder mens draagt iets mee. Een manier van doen die ooit nodig was, die zo goed werkte en zo lang meeging dat ze ophield een manier te zijn. Op een dag voelt ze niet langer als iets wat we doen, maar als wie we zijn. Dit is het verhaal van iemand bij wie dat zo ver ging dat hij vergat ooit zacht te zijn geweest.
Zijn strategie was hardheid, en die werkte zo goed, en zo lang, dat het ophield een strategie te zijn. Het werd wie hij was. Ik noem hem hier Lodewijk. Hij kwam mijn kamer binnen met een rechte rug, een stevige handdruk en veel zelfvertrouwen, en controleerde en passant of er iets veranderd was in de opstelling van mijn kantoor. Er was niets veranderd. Ik ben een man van gewoontes.
Zijn profiel liet een intelligente man zien die hoog scoorde op alles wat met doelen, daadkracht en controle te maken had, en vrijwel niets op het sociale vlak: weinig empathie, weinig aandacht voor anderen, en een extreme behoefte aan onafhankelijkheid. Hij deed de dingen het liefst zelf. Hulp vragen was geen optie. Het was, zoals een Engelse cliënt het me ooit leerde, het profiel van een firefighter: iemand die in korte tijd een grote brand moet blussen. Dat hij hierin uitblonk, herkende hij meteen. Dat juist de ontbrekende zachte kant hem in de weg zat, niet.
Waar kwam het vandaan? Lodewijk groeide op boven de speelgoedzaak van zijn vader, een man die zes dagen per week werkte omdat werken het enige was dat hij geleerd had. Voor de kleine Lodewijk, die tegen zijn vader opzag en diens bevestiging nodig had, waren er nauwelijks momenten om te zeggen dat iets moeilijk was, dat iets pijn deed, dat hij iets nodig had. Die momenten waren er gewoonweg niet. Dus leerde hij voor zichzelf te zorgen, en dat je beter hard kunt zijn, ook tegen jezelf, omdat zacht zijn je niets oplevert. De comfortabiliteit die ieder kind zoekt, kreeg hij niet. Wat hierboven staat, kwam ervoor in de plaats.
Later, als jonge officier bij Defensie, zag hij tijdens een operatie zijn maten naast zich sneuvelen. Ik wil daar weinig woorden aan besteden, want dat gaat het bevattingsvermogen van de meesten van ons te boven. Maar op zo’n moment wordt alles wat je ooit leerde niet alleen bevestigd, het wordt voorgoed gecementeerd. Niet voelen. Sterk zijn. Niemand nodig hebben. Altijd doorgaan. Het werd zijn ruggengraat. En die ruggengraat droeg hij, onbewust, mee het bedrijfsleven in.
Daar was hij de man die ze als eerste belden als het ergens brandde. Binnen de kortste keren had hij de zaak weer op de rails, en hij werd erom geprezen. Maar de mensen met wie hij het deed, voelden zich niet gezien en niet gehoord. Ze hadden het gevoel dat ze voor hem werkten, niet met hem. Ze waren zijn instrumenten in de oplossing die hij had bedacht. Hij gaf die ruimte niet, niet uit onwil, maar omdat hij haar zelf nooit had gekregen. Hij deed wat altijd had gewerkt. Hij wist alleen niet meer dat het ooit een oplossing was geweest.
Het keerpunt kwam niet doordat ik hem overtuigde, maar doordat zijn eigen ambitie hem in de weg kwam te zitten. Hij wilde leidinggeven, en begreep op een dag dat hij daarvoor in zichzelf moest investeren. Hij vroeg of ik hem wilde coachen. Dat werd een traject van ruim vijf jaar, en de kern ervan laat zich in één zin samenvatten: herkennen is niet hetzelfde als erkennen. Herkennen was voor een intelligente man niet moeilijk. Erkennen, durven toegeven dat het zo is, vroeg iets wat hij juist zo ver had weggezet.
En toch begon er iets te schuiven. Niet dat hij een ander mens werd, zo werkt het niet. Hij leerde vragen stellen die bedoeld waren om te begrijpen wat er in de ander omging. Op een avond belde hij me vanuit Londen, waar hij de Engelse vestiging weer vlot moest trekken. ‘Ik heb vandaag voor het eerst gevraagd hoe het met iemand ging,’ zei hij. ‘En ik meende het.’ Een halfjaar later werd hij Europees directeur. Zijn ambitie, niet de zuiverste drijfveer, bleek precies het breekijzer dat hij nodig had.
Als je denkt dat dit een uitzonderlijk verhaal is, moet ik je teleurstellen. Lodewijks scores waren uitzonderlijk, zijn verhaal is dat niet. De meesten van ons dragen een eigen versie mee. Ieder mens komt kwetsbaar op de wereld en is als kind volledig afhankelijk van de mensen om zich heen. Wie niet genoeg warmte, aandacht of veiligheid krijgt, past zich aan. Niet bewust, en niet als keuze, maar omdat aanpassen de enige optie is. Die aanpassing is slim en functioneel, en ze werkt. Wat ze niet wegneemt, is het tekort zelf. De context verandert, maar de aanpassing blijft.
Zo wordt wat ooit bescherming bood langzaam een last. En een muur heeft twee kanten. Hij houdt buiten wat je pijn kan doen, en hij houdt binnen wat je zou willen geven. Bijna iedereen heeft ergens zo’n muur, en de jouwe heeft je goede diensten bewezen. De mensen om je heen voelen hem vaak eerder dan jij; zij merken de afstand die voor jou gewoon is geworden.
Dus misschien is de enige vraag die telt deze: merk je nog wanneer jouw last je beschermt, en wanneer hij vooral binnenhoudt wat je zou willen geven? Vraag je eens af wat je die hardheid heeft gekost: niet aan resultaat, maar aan nabijheid. Want wat je onderweg kwijtraakte, is niet verdwenen. Je kunt het weer leren toelaten.
Tekst van Hans Blom · Conceptartikel
Terug naar alle beschouwingen