Hans BlomBoeken · Mensen · Inzicht
Prettig lezen

Leesfragment · Je grootste tegenstander

De Tegenpartij

Waarom we handelen zoals we zijn geworden

‘Wie probeer je eigenlijk te verslaan?’

Vroeg de Uil

‘De markt.’

Antwoordde de Ezel

‘Kijk nog eens goed.’

Zei de Uil

De Tegenpartij — aquarel

Woord vooraf

‘Ik heb goud in handen,’ zei ze, ‘maar ik kan er niet bijkomen.’

Ik was er op dat moment niet bij met mijn hoofd. Ik zat midden in de afronding van mijn eerste boek en de zin gleed langs me heen.

Mijn onderbewuste was scherper. Toen het manuscript naar mijn redacteur was verstuurd en het stil werd, kwam de zin terug. En toen wist ik meteen waar mijn tweede boek over zou gaan.

Mathilde is een goede vriendin van mijn echtgenote. Ik hoor hen vaak spreken over hun activiteiten op de beurs, en dat is een onderwerp dat mij altijd is blijven fascineren — want ik heb vroeger zelf in futures gehandeld.

Ik kwam er snel achter dat ik daar volstrekt ongeschikt voor was. Ik durfde grote risico’s te nemen en was ervan overtuigd dat ik er genoeg verstand van had. Die combinatie had mij fataal kunnen worden. Wat mij redde, was een broker die op een dag belde met de vraag of ik me niet had vergist in mijn opdracht. Dat had ik.

Ik ben op het goede moment gestopt. Maar ik ben er vooral mee weggekomen omdat er iemand belde. Niet iedereen die op de beurs handelt, heeft dat engeltje op zijn schouder.

Om te beginnen moet je natuurlijk snappen wat je doet en een gedegen systeem of strategie ontwikkelen. Daar is meer dan genoeg over geschreven, en wie zich de moeite getroost zich daarin te verdiepen, bepaalt uiteindelijk zijn eigen kennisniveau.

Maar dat is, zo is mij in de loop der tijd gebleken, ongeveer de helft van de zaak. Naast kennis is het misschien nog belangrijker welke persoonlijkheid je meebrengt. Dat is een van de meest onderschatte zaken aan het scherm, en ik zie het bijna dagelijks gebeuren.

Om die reden ben ik gaan nadenken hoe ik wat ik in veertig jaar heb geleerd over gedrag van nut kon laten zijn voor de groeiende groep mensen die op een van de beurzen iets extra’s probeert te verdienen.

Laat één ding duidelijk zijn: dit boek gaat niet over handelen. Daar is, zoals gezegd, al genoeg over geschreven. Het gaat over de vraag waarom je handelt zoals je bent geworden — en waarom je grootste tegenstander achter je eigen ogen zit.

In het Nederlands is daar, voor zover ik heb kunnen nagaan, nog niet eerder over geschreven. In het Engels is de plank vol.

Mark Douglas, Trading in the Zone en The Disciplined Trader

Van Tharp, Trade Your Way to Financial Freedom en Trading Beyond the Matrix

Tom Hougaard, Best Loser Wins

Brett N. Steenbarger, The Psychology of Trading en Trading Psychology 2.0

Steven Goldstein, Mastering the Mental Game of Trading

Jared Tendler, The Mental Game of Trading

Ze zijn stuk voor stuk het lezen waard. Maar ze beginnen veelal op een niveau waar mijn lezer nog niet is: ze veronderstellen de techniek en de ervaring die hij nu juist nog moet opdoen. Dit boek begint daarvoor, bij het begin. Bij jezelf.

Over de opzet heb ik niet lang hoeven nadenken, want in mijn eerste boek vertelde ik de verhalen van mensen die ik in mijn praktijk heb begeleid, en die vorm is me goed bevallen. Dat doe ik hier weer. Stel je bijvoorbeeld iemand voor die zich normaliter uitstekend voorbereidt en dan toch op het moment suprême niet durft te beslissen. Of neem iemand die niet tegen zijn verlies kan en nadat hij verloren heeft maar één ding wil: revanche, en wel direct. De kans is groot dat je er een paar van herkent, misschien zelfs ook wel bij jezelf.

Door het hele boek heen loopt één rode draad: de vrouw die alles van de markt weet en zich niet altijd van zichzelf bewust is. Voor het gemak noem ik haar Mathilde.

Omdat ik niemand wil verplichten eerst mijn eerste boek te lezen, geef ik in de Inleiding kort weer wat je daarvan nodig hebt om dit boek te kunnen volgen.

Naast veel leesplezier wens ik je vooral veel zelfinzicht — en daardoor betere trades.

Inleiding

Je hoeft mijn eerste boek niet gelezen te hebben. Wel is er één gedachte uit dat boek die je hier nodig hebt, want zonder haar is de rest van dit boek een reeks losse portretten. Ik vat haar zo kort mogelijk samen.

Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens kwetsbaar op de wereld komt. Als kind heb je de mensen om je heen hard nodig, want je hebt warmte nodig, aandacht en veiligheid, en je wilt gezien worden. De meeste kinderen krijgen daar genoeg van. Het hoeft niet altijd perfect te zijn, dat is het bij niemand, als het maar genoeg is om met een gerust hart de wereld in te kunnen gaan.

Maar ik ben ook veel mensen tegengekomen bij wie het anders was gelopen, omdat ze niet of te weinig kregen wat ze feitelijk nodig hadden. Een kind dat dit ervaart, past zich aan. Dat is geen bewuste keus, het heeft gewoon geen andere mogelijkheid.

Het proces dat zich daarna afspeelt, gaat eigenlijk altijd op dezelfde manier.

In ieder mens zit iets oorspronkelijks: aanleg, gevoeligheid, behoeften.

Die mens vindt oplossingen om iets niet meer te hoeven voelen.

Die oplossingen blijken vaak effectief en worden herhaald.

Herhaling maakt er een gewoonte van.

Gewoonten worden karaktereigenschappen.

Karaktereigenschappen voelen uiteindelijk als identiteit.

Wie aan het eind van dat rijtje is gekomen, weet vaak niet meer wie hij ooit was, en hij heeft er ook nooit bewust voor gekozen. Hoe vaak heb ik in mijn praktijk niet gehoord: ‘Zo ben ik nu eenmaal, Hans.’ Ik geloofde daar zelden iets van. Meestal was het: zo ben ik geworden.

Achter dat alles zit één verlangen. Je ziet het het best bij een klein kind dat precies krijgt wat het nodig heeft. Terwijl het speelt, kijkt het zo nu en dan met een steelse blik naar zijn moeder. Merkt het kind dat zijn moeder hem in de gaten houdt, dan is het goed, dan kan hij rustig verder spelen. Mensen die daar iets verder vandaan staan, valt het niet eens op. Deze vorm van tevredenheid, het gevoel dat je belangrijkste behoeften vervuld worden, daar zijn we ons hele leven naar op zoek. Ik heb hiervoor een eigen woord bedacht, omdat er nog geen woord voor bestond: comfortabiliteit. De praktijk is echter dat geen enkele omgeving je die comfortabiliteit helemaal geeft. En in dat gat, tussen wat je nodig hebt en wat je krijgt, ontstaan de oplossingen waar ik het hierboven over had.

Waar het om draait, is dat die oplossingen de comfortabiliteit niet alsnog brengen. Ze maken het gemis wat minder voelbaar, meer ook niet, want het tekort blijft. En dus moet je ze blijven herhalen, steeds weer opnieuw.

Zo wordt wat ooit bescherming bood langzaam een gevangenis. Het lastige is dat je daar zelf niets van merkt. Het voelt niet als een strategie, het voelt gewoon als wie je bent.

Een gevangenis die er van buiten uitziet als een huis, is de gevaarlijkste die er is.

Daarbij is herkennen nog iets anders dan erkennen. Herkennen doe je met je hoofd, ‘ja, dat klopt, zo doe ik dat’, en dat lukt de meeste mensen nog wel. Erkennen is toegeven dat het zo is, en dat het je iets kost. Daar zitten bij velen jaren tussen, en bij sommigen komt het er nooit van.

Mijn eerste boek heet Het ligt altijd aan jezelf, en die titel kan mensen op het verkeerde been zetten, alsof ik iemand iets verwijt. Dat is nadrukkelijk niet zo. Wat je als kind is overkomen, daar kun jij niets aan doen, en je oplossingen heb je ook niet zelf uitgekozen, je had ze simpelweg nodig. Maar op een gegeven moment ben jij de enige die kan nagaan of ze je nog helpen. Zo bedoel ik het: als mogelijkheid, niet als verwijt.

Tot zover mijn eerste boek. In dit boek komt er nog iets bij: de markt.

In het echte leven blijven dergelijke patronen vaak jarenlang verborgen, ook voor jezelf. De gevolgen komen pas veel later, op het moment dat de strategieën je niet meer helpen. Sterker nog, ze kunnen je dan in de weg gaan staan.

Achter het handelsscherm werkt dat helaas niet zo. Daar kun je binnen een paar minuten geconfronteerd worden met wat je al die jaren hebt kunnen wegmoffelen. Ik moet bekennen dat ik dit zelf ook aan den lijve heb meegemaakt. En prettig was het niet.

Daarom is de markt voor mij de eerlijkste spiegel die er bestaat, en ook de meest meedogenloze. Voor iemand die veertig jaar naar gedrag heeft gekeken, is er eigenlijk geen betere plek om te laten zien wat ik al die jaren aan inzichten heb gekregen.

Dan is er nog iets waar ik zelf altijd moeite mee heb gehad. In dit boek ga ik je met een aantal typen confronteren. Het voordeel hiervan is dat ze vaak duidelijk zijn door het overdreven gedrag dat ze vertonen. Het nadeel is dat het lijkt alsof je mensen dan al snel in een hokje plaatst. Daar heb ik me altijd tegen verzet, en dat doe ik hier ook weer. Een type is voor mij geen hokje maar een haakje waar ik iets aan kan ophangen. Je moet daarbij wel een ding in het achterhoofd houden, niemand is maar één type. Bij alle mensen die je in dit boek tegenkomt, werken meerdere typen (mechanismen) tegelijk, bij de een zijn dat er drie en bij een ander vier.

Daarnaast heeft hetzelfde zichtbare gedrag niet altijd dezelfde oorzaak. Neem een alledaags voorbeeld. Stel, vier mensen hebben alle vier een verliesgevende positie openstaan, terwijl ze eigenlijk heel goed weten dat ze die al lang hadden moeten sluiten. De eerste doet dat niet omdat hij niet kan toegeven dat hij ongelijk heeft. De tweede denkt dat er nog wel een moment komt dat hij het nog kan bijsturen. De derde durft het verlies niet definitief te maken, want dan is er geen weg terug meer. En de vierde vindt eigenlijk dat er nog niets aan de hand is.

Van een afstand zie je vier keer hetzelfde gedrag. Wie beter kijkt, ziet echter vier verschillende mensen.

Wat hierna volgt zijn de portretten van mensen die weinig met elkaar gemeen hebben, behalve dat ze achter een scherm zitten. Ze lopen stuk voor stuk het risico vast te lopen, en leggen de oorzaak daarvan vaak bij de markt. Volgens mij klopt dat niet, want de markt laat zich niet leiden. Dat leidt tot de simpele conclusie: Het ligt altijd aan jezelf.