Woord vooraf
Veertig jaar lang ontving ik cliënten. Ruim vijfentwintig daarvan in een kamer die je eerder zou verwachten bij een advocaat of een notaris dan bij iemand in mijn vak. Een statig herenhuis uit 1895 aan de Wagenweg in Haarlem. Marmeren vloer in de hal, hoge ornamentenplafonds, kroonluchters en een antieke eikenhouten parketvloer die kraakte bij iedere stap.
De grote kamer ademde geschiedenis. Een Engels bureau, twee lederen fauteuils in de hoek met een bijzettafeltje. Daarboven hing een grote antieke Engelse stationsklok, die hoorbaar de tijd wegtikte. Toch was het belangrijkste in de kamer niet wat er stond, maar wat er ontbrak: los van het bureau en de twee fauteuils stond er niets.
Ik ontving mensen niet achter mijn bureau, maar in een van de twee fauteuils. Dat was een bewuste, diepgewortelde keuze. Zelf had ik ook ooit in zo’n stoel gezeten, naar ik me herinner met iemand tegenover mij in een witte jas. Ik voel nog steeds het ongemak: het gevoel alsof er iets mis met me was, alsof ik examen moest doen en mij moest bewijzen.
Ik wist direct: zo wilde ik nooit met mensen werken.
Wat ik wilde, was een kamer waarin de ander niet tegenover mij zat, maar naast mij. Waarin hij niet hoefde te presteren, maar zichzelf kon zijn. Waarin hij niet een dossier was, maar een mens.
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar dat was het niet. Ik was ooit begonnen in een wereld waar het wel zo werkte, met cijfers in plaats van mensen, met risicoprofielen in plaats van verhalen. Ik had economie gestudeerd en ruim tien jaar bij twee banken gewerkt. Een collega vroeg eens waarom een cliënt een lening was misgelopen. Ik gaf een rationele en cijfermatige uitleg. Zijn vraag ging over een mens. Mijn antwoord ging over een risicoprofiel. Op dat moment wist ik dat ik hier niet zou blijven.
Het vertrek kwam niet uit mezelf en niet op het moment dat ik had gekozen. Wat volgde, was het begin van alles: een omgeving waarin het wel om mensen ging. Daar zag ik iets wat me niet losliet, iedereen werd op dezelfde manier benaderd, alsof mensen dezelfde behoeften hebben. Dat kon naar mijn idee niet kloppen. Vanuit die ene overtuiging ben ik voor mezelf begonnen: ieder mens heeft zijn eigen ontwikkelingsbehoeften. Om die scherp te krijgen, ontwikkelde ik in de jaren die volgden een eigen onderzoeksinstrument.
Wat volgde was geen vooropgezet plan, het was een ontdekkingsreis. We begonnen met communicatietrainingen en gebruikten het instrument eerst alleen om te bepalen wat iemand individueel nodig had tijdens de training. Tot een directeur me op een dag vroeg: ‘Maar dit kun je toch ook individueel doen?’ Die ene vraag zette iets in beweging dat jaren zou duren. Wat begon als honderd procent groepstraining, werd uiteindelijk voor achtennegentig procent individuele begeleiding.
De mensen die bij mij kwamen, kwamen niet omdat ze ziek waren. Ze zaten vast in patronen waarvan ze zich niet bewust waren. Gevangen in rollen die ze ooit hadden aangenomen, zonder te beseffen dat er andere, misschien betere, keuzes waren.
Ik zag het als mijn missie om samen met hen in hun spiegel te gaan kijken. Niet om te oordelen, maar om te zien.
Vele duizenden gesprekken hebben in deze Kamer plaatsgevonden. En daarna nog veel meer, elders. De leegte die achterbleef toen ik mijn bedrijf verkocht, was groter dan ik had verwacht. Het was vooral de stilte die ontstond als een ritme van decennia wegvalt.
In die stilte ben ik thuis achter mijn bureau gaan zitten en heb een aantal van die gesprekken aan papier toevertrouwd. Niet omdat ik dacht dat de wereld zat te wachten op nog een boek over persoonlijke ontwikkeling. Maar omdat ik in de loop der tijd iets ben gaan zien wat ik daarvoor niet had kunnen duiden: dat wij ons in dat vakgebied vrijwel altijd richten op het veranderen van gedrag, terwijl er naar mijn ervaring weinig aandacht uitgaat naar wat iemand oorspronkelijk nodig had.
Dat is waar dit boek over gaat. Over het verschil tussen wie je bent en wie je bent geworden. En de vraag of dat verschil nog dient.
Ik richt me met dit boek vooral tot mensen rond het midden van hun leven die naar buiten toe goed functioneren, maar van binnen merken dat hun oude oplossingen niet altijd meer werken. Mensen die ondanks hun ogenschijnlijk succesvolle loopbaan toch een knagend gevoel hebben dat ze aan het vastlopen zijn, dat het steeds meer energie kost om dezelfde prestatie te leveren.
Niet dat dit boek een kant-en-klare oplossing biedt. Het laat zien waarom je gevangen bent geraakt in wie je bent geworden, en wat er wezenlijk dient te gebeuren voordat je zelf kunt kiezen wie je wilt zijn.
Natuurlijk schrijf ik dit boek ook voor mezelf. Het dient mijn eigen comfortabiliteit, en dat ontken ik niet. Maar er is meer. Ik heb het niet geschreven om mijn eigen verhaal te vertellen, maar omdat ik in al die jaren iets heb gezien wat ik niet voor mezelf wilde houden: dat je, hoe vast je ook zit, altijd zelf kunt beginnen te kijken. Als het één lezer helpt om milder naar zichzelf te kijken, is het voor mij meer dan de moeite waard geweest.
Het ligt altijd aan jezelf
Als mogelijkheid
Niet als verwijt
Hans Blom
Nieuw-Vennep, 2026
